Bruisende binnenstad

Dat wij over de bruisende binnenstad spreken, vindt zijn oorzaak natuurlijk in de afwezigheid ervan. Die afwezigheid brengt een hoop discussie, maar vooral ook pijn in de portemonnee van winkeliers en verhuurders van winkelpanden. Natuurlijk roepen zíj het hardst en lijkt hún vraag om een oplossing het meest dringend. ‘Je moet dáár beginnen waar de pijn is’, zo vatte een ondernemer het samen. Maar is dat wel zo?

In de medische wereld is pijn een symptoom. Meer dan het symptoom dien je vooral de veroorzaker van de pijn, de ziekte, aan te pakken. Het gevaar is groot dat je omwille van de pijn een ‘paracetamolleke’ voorschrijft, en denkt daarmee het probleem te hebben verholpen.

De bezorgde ondernemers richten hun pijlen vooral op het gemeentebestuur en de gemeenteraad. Ook dat is begrijpelijk. In de vorige eeuw hebben gemeentebesturen zich, gedwongen door de omstandigheden, ontwikkeld tot regisseurs van stads- en binnenstadsontwikkeling. Met andere woorden, zij hebben -deels- zelf gezorgd voor de moeilijkheden, die nu om een oplossing vragen. Zij zullen dus ook zelf voor de oplossing dienen te zorgen. Maar dan zul je als gemeentebestuur wel een helder beeld moeten hebben van de ‘ziekte’, een integrale visie moeten ontwikkelen en verder moeten kijken dan de pijn bij een onderdeel.

De goede aanpak is dus allereerst het stellen van de juiste diagnose. Of – juist is te veel gevraagd- de diagnose waarover een meerderheid het eens is. Het compacter maken van het winkelgebied zal, hoe nodig ook, wellicht slechts een paracetamolleke blijken te zijn. Als wij het daarbij laten, doen we te weinig.

Een integrale visie behelst niet alleen economische aspecten. Daar hoort ook een stedenbouwkundig plan bij, met een bepaling van een organische manier van groei of afname van een winkelgebied, met een verzwakking van de rol van het groot-kapitaal wellicht, dat nu in staat is mogelijkheden tot krimp te gijzelen, met een daarbij passende vormgeving. Daar hoort een visie bij op een sterk veranderende functie van het stadscentrum, van koopcentrum tot ontmoetingsgebied, van saai naar levendig en inspirerend, een mengsel van commercie, van cultuur en recreatie maar ook van woongenot, serviceverlening en belangenbehartiging.

Bij zo’n visie past een flexibele overheid die snel en moeiteloos besluiten kan nemen over bijvoorbeeld verandering van bestemmingsplannen en snel heen en weer kan schakelen tussen woon-winkel-, of kantoorbestemming. Om dat te bewerkstelligen hebben we trouwens wel meer nodig dan plaatselijke politiek en zal er ook in de sfeer van wetgeving het een en ander dienen te veranderen.

Eerst maar eens proberen of wij het over de diagnose eens kunnen worden. Dat is al het halve werk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *